Promotieonderzoek Contextuele Therapie


Jaap van der Meiden


In september 2012 ben ik gestart met een promotieonderzoek naar de relevantie en toepasbaarheid van de contextuele therapie. Ik mag dat doen vanuit het Lectoraat Jeugd en Gezin van de Academie voor Sociale Studies van de CHE, in samenwerking met het Instituut Contextuele Benadering. De NWO financiert het grootste deel van dit onderzoek. 
Promotor is Prof. dr. Hans van Ewijk, emeritus hoogleraar grondslagen van het maatschappelijk werk aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Co-promotor is Martine Noordegraaf, Lector Jeugd en Gezin. 


Hieronder staat als eerste een korte introductie op het onderzoek. Vervolgens vertel ik af en toe iets over het verloop van het onderzoek. Verwacht geen wekelijkse update, maar zo nu en dan hoop ik je wat bij te praten.

Wil je een mailtje ontvangen bij updates? Mail even naar jhvdmeiden@icbnederland.nl.

Klik voor de meest recente update op het laatste bericht.

 

 
 

 

 
Introductie op het onderzoek
 

Contextual theory and practice are based on the conviction that the prospect of trust among people is rooted in the degree of interhuman justice that exists between them (Boszormenyi-Nagy & Krasner, 1986, p. 37).

De Contextuele Therapie volgens Ivan Boszormenyi-Nagy is gebaseerd op de veronderstelling dat de kwaliteit van relaties bepaald wordt door de balans van rechtvaardige zorg voor elkaar (Boszormenyi-Nagy & Krasner, 1986). Dit onderzoek beschrijft de kernelementen van de funderende contextuele theorie en toetst deze aan de hand van eerder uitgevoerd wetenschappelijk onderzoek. Dat vormt de opmaat voor een onderzoek naar de wijze waarop deze kernelementen in Contextuele Therapie worden toegepast en welke resultaten cliënten daarvan ervaren. De conclusies werpen licht op de toepassings­moge­lijkheden voor de hulpverlening en de verbetering van de overdraagbaarheid in de opleiding.

Hoofdvraag

Hoe wordt de contextuele theorie van Ivan Boszormenyi-Nagy toegepast in Contextuele Therapie en welke resultaten ervaren cliënten/patiënten daarvan?

Deelvragen

  1. Wat is de funderende theorie onder de Contextuele Therapie, wat zijn haar kernelementen en in hoeverre zijn deze door wetenschappelijk onderzoek onderbouwd?
  2. Hoe worden de kernelementen van de contextuele theorie zichtbaar en toegepast in Contextuele Therapie?
  3. Hoe waarderen cliënten/patiënten de Contextuele Therapie en wat zijn volgens hen de resultaten van de behandeling?

Methodiek

Het onderzoek kent drie perspectieven: een onderzoek naar de theorie, een descriptief en exploratief onderzoek naar de wijze waarop die theorie in Contextuele Therapie zichtbaar en toegepast wordt en een kwantitatief onderzoek naar de ervaringen van cliënten. Hun samenhang wordt hieronder beschreven.

Voor het onderzoeken van de contextuele theorie wordt een kritische review van de literatuur van Boszormenyi-Nagy en andere auteurs (o.a. Dillen, 2004; Goldenthal, 1996; Hargrave & Pfitzer, 2003; Rhijn & Meulink-Korf, 1997) uitgevoerd. Daarnaast wordt de wetenschappelijke houdbaarheid van de contextuele theorie onderzocht aan de hand van een review van bestaand onderzoek.

Op basis van deze twee onderzoeken wordt de contextuele theorie onderscheiden in kernelementen. De uitgevoerde review van literatuur heeft tot nu toe de volgende kernelementen opgeleverd: rechtvaardigheid, betrouwbaarheid, intergenerationele verbondenheid, loyaliteit, balans van geven en ontvangen en gerechtigde aanspraak.

Deze kernelementen vormen de ingrediënten voor een model dat de overdraagbaarheid van de theorie vergroot. Ook vormen ze het kader voor de analyse van de therapiegesprekken zoals bedoeld in deelvraag 2.

Het onderzoek voor deelvraag 2 betreft een kwalitatieve analyse van therapiegesprekken door VCW geregistreerde contextueel therapeuten. De therapiegesprekken worden gevoerd met cliënten die hulp zoeken vanwege problemen in de ouder-kind relatie, waaronder relatieproblematiek tussen ouder(s) en volwassen kind(eren). De analyse richt zich in het bijzonder op de interventies van de therapeut, waarbij de reacties van de cliënt inzichtelijk maken welke uitwerking die interventies hebben. Met name cross-case analyses van therapiegesprekken geven zicht op de wijze waarop verschillende therapeuten de contextuele theorie operationaliseren in de therapie. Het beantwoorden van deze hoe-vraag is behulpzaam bij het beter overdraagbaar en toepasbaar maken van de contextuele theorie.
De bevindingen uit de analyses zullen in focusgroepen aan contextueel hulpverleners worden voorgelegd.

Deelvraag 3 betreft een kwantitatief onderzoek naar de ervaringen van cliënten. Vooraf wordt een onderzoek uitgevoerd naar het best bruikbare instrument, zoals bijvoorbeeld het Sater systeem (Melief, Flikweert, & Broenink, 2002) of QIT online (Stickens, Smits, Rober, & Claes, 2012). Vervolgens zal het instrument uitgebreid worden met vragen vanuit de kernelementen van de contextuele theorie. Dit aangepaste instrument wordt vooraf ter evaluatie en bijstelling voorgelegd aan een focusgroep van contextueel therapeuten.

Samenhang
Bovengenoemde drie samenhangende perspectieven werpen licht op de hoofdvraag. De kernelementen uit de contextuele theorie worden geformuleerd en getoetst. Vervolgens wordt onderzocht hoe deze theorie wordt toegepast en welke resultaten worden ervaren in de praktijk van de Contextuele Therapie. Dat maakt de toepasbaarheid inzichtelijk en geeft een indruk van de werkzaamheid. Samen met de geconstateerde lacunes, tekortkomingen, toepassingsproblemen etc. geeft dit onderzoek mogelijkheden tot doorontwikkeling en nieuw onderzoek.

Planning
Het onderzoek zal naar verwachting worden afgerond in 2017.

 
Mei 2013, 9 maanden later
 
Hoewel de bovenstaande aanhef dat misschien doet vermoeden, maar er is geen geboorte te melden van een publicatie, een bijzondere ontdekking of inzicht oid. Het is meer dat ik de tijd rijp achtte kort iets te vertellen over hoe het er nu voor staat. 

In de afgelopen tijd ben ik met vier dingen bezig geweest: 1: Het lezen van contextuele literatuur, 2: me verdiepen in onderzoeksmethodologie, 3: het verfijnen van mijn onderzoeksplan en 4: de eerste schreden op weg naar mijn eerste artikel.

1: Ik ben begonnen met het bestuderen van de eerste publicaties van Nagy. Indrukwekkend om te zien hoe hij tot zijn uiteindelijke contextuele benadering is gekomen. Iets dat me intrigeerde was zijn aandacht voor het belang van integratie. Daarin onderscheidde hij zich van de andere grondleggers van de gezinsbenadering. Hij wilde de aandacht voor het individu behouden, naast de aandacht voor het gezin. Ook wilde hij open blijven staan voor andere benaderingen. Leuk is het om te zien dat tegenwoordig, ook in de gezinsbenaderingen, dat integratieve denken meer omarmd wordt. Jammer dat er nog maar weinig van het werk van Nagy zelf vertaald is, al moet ik zeggen dat hij absoluut het uiterste moet hebben gedaan om zelfs het meest eenvoudige zo moeilijk mogelijk te zeggen :-).

2: Als relatie- en gezinstherapeut ben ik nagenoeg niet geschoold in onderzoek doen, behalve dan het onderzoek van de context en de problematiek van cliënten. Maar voor een promotieonderzoek is kennis van- en inzicht in onderzoeksmethoden van groot belang. Het is een wereld op zich, met ook vele discussies en debatten over juistheid en toepassing van methoden. Eén van de belangrijkste discussies gaat over het verschil tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Het in opkomst zijnde kwalitatief onderzoek lijkt meer geschikt voor onderzoek naar bijvoorbeeld hulpverleningsmethoden. Daarom ben ik me vooral in dat type onderzoek gaan verdiepen. Ik denk dat de opkomst van het kwalitatief onderzoek mogelijkheden biedt voor het onderzoek naar de hulpverlening. En dat is hard nodig.

3: Als je al eerder op deze pagina bent geweest, zul je misschien hebben opgemerkt dat er af en toe iets is veranderd. Een onderzoeksplan voor een promotieonderzoek evolueert in de loop van het onderzoek. Het wordt meer toegespitst en preciezer geformuleerd. Je kunt dat zien in mijn hoofdvraag, maar vooral ook in de deelvragen, die inmiddels zijn aangescherpt. Ook de manier waarop ik het onderzoek wil aanpakken is bijgesteld. Ik verwacht dat daar nog wel vaker wat aan zal worden bijgeschaafd.

4: Het ligt in de bedoeling om te promoveren op basis van artikelen. Vroeger schreven promovendi een al dan niet dik boek, maar dat begint wat uit de mode te raken. Tegenwoordig wordt vaak een aantal artikelen gepubliceerd, artikelen die in wetenschappelijke tijdschriften zijn of worden gepubliceerd. Ik heb me dus ook verdiept in wetenschappelijk schrijven -leuk maar wel tijdrovend- en heb een opzet voor een eerste artikel gemaakt. Inmiddels staan de eerste pennestreken op papier. Als het aan mij ligt schrijf ik dit eerste artikel in het Nederlands, omdat dat vanwege het onderwerp van belang is. 
 
Juni 2013, de start van het data-onderzoek
 
Begin deze maand heb ik een start gemaakt met deelvraag 3, in concreto de dataverzameling voor het onderzoek onder contextueel therapeuten. Ik hoop een groot aantal therapeuten bereid te vinden een video-opname van één van hun hulpverleningsgesprekken te maken. Ik wil die opnames gaan analyseren met het oog op relationele ethiek: waar kan ik aanwijzen dat relationele ethiek zichtbaar wordt, wat kunnen we zien van de wijze waarop de cliënt er mee omgaat of waarde aan hecht en wat zien we de therapeut ermee doen. Door veel verschillende therapeuten te observeren kan ik veel informatie verzamelen over hoe relationele ethiek in hulpverleningsgesprekken verschijnt en wordt bewerkt.
Ik heb een verzoek naar alle Nederlandssprekende en VCW geregistreerde therapeuten gestuurd. Dat is een mooie afgebakende groep waarvan verwacht mag worden dat het deskundige contextueel hulpverleners zijn. Ik hoop dat er veel therapeuten mee gaan doen!
   
Juli 2013, vakantie 
 
Ik ga tevreden met vakantie mag ik wel zeggen. Maar liefst 14 contextueel therapeuten hebben toegezegd mee te willen werken aan het data-onderzoek, waarbij ze allemaal een hulpverleningsgesprek zullen opnemen en ter beschikking stellen. Ik ben erg verrast door het enthousiasme van de collegae om aan dit onderzoek een bijdrage te leveren. Eerder deze week heb ik alle informatie voor die opnames verzonden, dus het kan gaan lopen. Anderen, die geen mogelijkheid zagen een opname te maken, hebben laten weten op andere wijze medewerking te willen verlenen. dat kan nog goed van pas komen, want ik wil ook nog interviews gaan houden met contextueel hulpverleners.

De opnames worden gemaakt tussen nu en maart 2014, maar al vanaf de eerste opnames kan ik beginnen met de analyses. Ik zal dat doen door de gesprekken eerst te laten transcriberen (uittypen) en ga ze vervolgens coderen: zoeken naar terugkerende elementen in, en tussen de gesprekken. 

Intussen heb ik ook weer iets aan mijn onderzoeksopzet gewijzigd. Of beter: aangescherpt. Belangrijkste is de herformulering van de hoofdvraag (toevoeging toepasbaarheid) en het herformuleren van de deelvragen tot drie in  plaats van vijf deelvragen. Ik heb het in de tekst onder ´introductie op het onderzoek´ verwerkt.

Verder ben ik bezig met mijn eerste twee artikelen, die beide vooral gebaseerd zullen zijn op het literatuuronderzoek rond deelvraag 1. Ik ben op weg, zullen we maar zeggen.
Maar nu eerst even vakantie.
 
Nov 2013, een contextuele Mary
 
De vakantie is alweer even voorbij en het onderzoek vordert gestaag. Ik heb mijn literatuurstudie van het eerste onderzoeksjaar grotendeels verwerkt in een tweetal (nog te publiceren) artikelen en ben bezig met een review van bestaand onderzoek naar relationele ethiek. Tot mijn verrassing is er meer dan ik dacht. Er zijn heel wat boeiende artikelen verschenen, zowel verdiepend als vergelijkend (met andere richtingen). Maar er is  door de jaren heen ook regelmatig expliciet wetenschappelijk (kwalitatief en kwantitatief) onderzoek gedaan. Het is weliswaar weinig in relatie tot onderzoek naar andere therapeutische richtingen, maar een overzicht van al die uitkomsten lijkt me zinvol en hopelijk ook inspirerend voor meer onderzoek. Ik moet daarbij even terugdenken aan Femmie Juffer, die in haar boeiende lezing op het laatste congres van de VCW, Nagy en Bowlby als tijdgenoten naast elkaar zette. Ze wees erop dat zowel de contextuele theorie als de hechtingstheorie aanvankelijk geen echte wetenschappelijke onderbouwing hadden. Het was Mary Ainsworth die ervoor gezorgd heeft dat de hechtingstheorie een wetenschappelijke fundering kreeg. Ook de contextuele benadering zou zeer geholpen zijn met 'een contextuele Mary'.

Verder ben ik ook druk doende om video-opnames van therapiegesprekken te verzamelen. Eerder al noemde ik de grote bereidheid van therapeuten om mee te willen doen. Die heeft echter nog maar zeer beperkt geresulteerd in daadwerkelijk materiaal. Een aantal heeft helaas laten weten bij nader inzien toch niet mee te kunnen doen. Om echter een deugdelijk onderzoek te doen, heb ik dat materiaal wel nodig, dus hoop dat ik nog meer therapeuten te vinden die een bijdrage willen leveren in de vorm van één of meer opnames van gesprekken. Neem even contact op als je dat wilt!

Een groot voordeel van het werken in een onderwijsinstituut is dat ook studenten een bijdrage kunnen leveren. Momenteel zijn zeven studenten (zowel uit de Bachelor als de Master) op verschillende onderdelen van mijn onderzoek voor-studies aan het doen. 

Ik hoop dat ik voor de zomer het hierboven genoemde review grotendeels af heb en dat ik ook al het benodigde video-materiaal heb kunnen verzamelen en (gedeeltelijke) heb kunnen transcriberen. 2014-2015 wordt dan de periode van de analyse van deze beelden, het hart van mijn onderzoek.
 
 Maart 2014: Goed op gang
 
Een half jaar verder, tijd voor een update. Inmiddels wordt er op verschillende manieren aan de drie onderzoekslijnen gewerkt, we zijn goed op gang zogezegd. Ook zijn opnieuw mijn hoofdvraag en deelvragen aangepast.

Om met dat laatste te beginnen, mijn hoofdvraag luidt nu:

  • Hoe wordt de contextuele theorie van Ivan Boszormenyi-Nagy toegepast in Contextuele Therapie en welke resultaten ervaren cliënten/patiënten daarvan?  
Ik heb relationele ethiek uiteraard niet verlaten, maar kwam er steeds meer achter dat ik vooral geïnteresseerd ben in de vraag naar de toepasbaarheid, naar de therapie dus. Daarvoor is een knip tussen theorie en therapie van belang. Als ik helder heb wat de theorie is, dan kan gekeken worden naar de wijze waarop die wordt toegepast. Nou ja, klinkt simpel, maar het heeft heel wat denken en hoofdbrekens gekost voor ik dat helder had.  De deelvragen zijn in het verlengde daarvan ook veranderd: 

  1. Wat is de funderende theorie onder de Contextuele Therapie, wat zijn haar kernelementen en in hoeverre zijn deze door wetenschappelijk onderzoek onderbouwd?
  2. Hoe worden de kernelementen van de contextuele theorie zichtbaar en toegepast in Contextuele Therapie?
  3. Hoe waarderen cliënten/patiënten de Contextuele Therapie en wat zijn volgens hen de resultaten van de behandeling?
Het grappige is dat deze deelvragen in feite beter passen bij het onderzoeksdesign dat ik al had. Inmiddels wordt op alle deelvragen / onderzoekslijnen hard gewerkt:

Ad 1: Ik ben bezig met de afronding van de beschrijving van de contextuele theorie. Ook heb ik de review van wetenschappelijk onderzoek voorbereid; ik heb een kleine 40 artikelen geselecteerd die ik voor die review kan gebruiken. 
Ad 2: Er zijn een heel aantal opnames van therapeuten binnengekomen, waaronder ook enkele van Nagy zelf! Een aantal studenten zijn begonnen met het transcriberen en analyseren van deze opnames, maar ik hoop nog meer therapeuten bereid te vinden opnames in te sturen. Voor het onderzoek is het van belang om gesprekken van meerdere therapeuten te analyseren. Zelf ga ik na afronding van het theoretische deel verder met de analyse en uitwerking van de opnames.
Ad 3: Momenteel wordt onderzoek gedaan naar het juiste instrument dat we voor een goede cliëntevaluatie kunnen gebruiken. Eén van de Master-studenten bij het ICB, zelf eerder gepromoveerd en veel ervaring met kwantitatief onderzoek, voert dat onderzoek uit in het kader van haar Masterproef. Binnenkort zullen alle contextueel therapeuten worden uitgenodigd voor een studiemiddag daarover. We gaan dan samen nadenken over een geschikt evaluatie instrument dat we kunnen gebruiken in onze eigen praktijk. 

Het hele onderzoek is als volgt samen te vatten: 

De Contextuele Therapie volgens Ivan Boszormenyi-Nagy is gebaseerd op de veronderstelling dat de kwaliteit van relaties bepaald wordt door de balans van rechtvaardige zorg voor elkaar (Boszormenyi-Nagy & Krasner, 1986). Dit onderzoek beschrijft de kernelementen van de funderende contextuele theorie en toetst deze aan de hand van eerder uitgevoerd wetenschappelijk onderzoek. Dat vormt de opmaat voor een onderzoek naar de wijze waarop deze kernelementen in Contextuele Therapie worden toegepast en welke resultaten cliënten daarvan ervaren. De conclusies werpen licht op de toepassings­moge­lijkheden voor de hulpverlening en de verbetering van de overdraagbaarheid in de opleiding.
 
Augustus 2014: Promotiebeurs toegekend!
 

Zo aan het begin van het nieuwe schoolseizoen even een korte, maar zeer verblijdende update. Eind juli kreeg ik het verheugende bericht dat mij een beurs is toegekend door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Enkele honderden onderzoekers hebben een aanvraag voor deze 'promotiebeurs voor leraren' ingediend, waaruit 30 onderzoekers op basis van hun aanvraag, hun presentatie en interview met de selectiecommissie zijn geselecteerd. De beurs geeft mij de mogelijkheid 4 jaar lang 2 dagen per week aan dit onderzoek te werken. Maar zeker zo blij ben ik met de erkenning die spreekt uit deze toewijzing

Verder zie ik uit naar 1 en 2 oktober, de 2 data waarop we met contextueel therapeuten in gesprek gaan over de vraag hoe we op een goede manier ons werk als therapeuten kunnen monitoren. Voor het geval je de uitnodiging daarvoor gemist hebt, mail dan even, zodat je die alsnog kunt krijgen.

 
Oktober 2014: Focusgroepen
 

Op 1 en 2 oktober vonden volgens de planning de twee focusgroepen plaats in het kader van het zoeken naar een goed evaluatie instrument voor de contextuele therapie. In het derde deel van mijn onderzoek wil ik namelijk een onderzoek doen naar de bevindingen van cliënten van contextuele therapie.

Deze dagen zijn voorbereid door Jolijn Iestra. Zij deed dat in het kader van haar Masterproef voor de Master Contextuele Hulpverlening. Jolijn is zelf jaren geleden gepromoveerd en heeft veel ervaring in kwantitatief onderzoek. Zij heeft eerst een uitgebreide studie verricht naar effectiviteitsonderzoek binnen de relatie- en gezinsgerichte hulpverlening en heeft ter inleiding van deze focusgroepen daar een korte samenvatting van gegeven. Uiteraard hebben we stil gestaan bij de huidige evidence-based benadering, maar Jolijn heeft ons ook kennis laten maken met andere, beter passende manieren van monitoring. In het daarop volgende gesprek hebben we naar aanleiding van enkele vragen van Jolijn met elkaar besproken wat voor de contextuele hulpverlening in dit verband goede keuzes zouden kunnen zijn.

Uiteraard verwerk ik deze gesprekken uiteindelijk in mijn dissertatie, dus daar moeten we nog even op wachten. Wat ik vooral erg mooi vond was het enthousiasme van de deelnemers. Aanvankelijk waren de meesten sceptisch over het hele fenomeen effectiviteitsonderzoek, vooral vanwege de ervaringen rond het evidence-based denken. Maar de andere mogelijkheden die werden gepresenteerd -instrumenten en werkwijzen die je ook als therapeut helpen het proces beter te begeleiden- lijken heel goed toepasbaar en versterkend. er ontstond enthousiasme om met deze instrumenten te gaan werken. Verder werd gesuggereerd dat het ook een goed onderwerp zou kunnen zijn voor een professionaliseringsmiddag van de sectie therapie.

En tenslotte: Afgelopen woensdag 8 oktober kreeg ik mijn beurs uitgereikt uit handen van minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker. Toch een leuk momentje :)

 

April 2015: Van de theorie naar de praktijk 
 
Inmiddels is de bundel ‘Het contextuele gedachtegoed’ uitgekomen. Daarin staat een hoofdstuk van mijn hand, dat ik anderhalf jaar geleden geschreven heb als een soort voorstudie voor het theoretische deel van mijn dissertatie. Uiteraard heb ik de versie voor mijn dissertatie nog behoorlijk bewerkt, dus meende ik dat ik voldoende op weg was om een jaar geleden al te schrijven dat ik bezig was met de afronding van mijn hoofdstuk over de contextuele theorie. Maar die afronding duurde langer dan ik had gedacht, omdat ik uiteindelijk toch niet tevreden was met de opzet en uitwerking. Ik ben toen min of meer opnieuw begonnen. Niks vervelends overigens, want het is heerlijk om zo in de theorie te duiken.

Op dit moment bestaat het theoretische deel van mijn dissertatie uit twee delen: een deel waarin ik een algemene beschouwing geef van de contextuele benadering;  ik vertel iets over het tijdsbeeld waarin het is ontstaan, over Nagy, de kenmerken, de actualiteit, etc. Het tweede deel is dan het eigenlijke hoofdstuk over de theorie, waarin ik geprobeerd heb de theorie zo te ordenen, dat het tegelijk ook wat aan helderheid en overzichtelijkheid gaat winnen. Dat, omdat ik ook de overdraagbaarheid van de theorie zou willen verbeteren. We hebben binnen het ICB het plan om deze meer toegankelijke ordening van de theorie te gaan gebruiken als rode draad voor de opbouw van het curriculum van onze Phbo en Master Contextuele Hulpverlening. En nu zeg ik dus opnieuw, maar met grotere tevredenheid, dat ik bezig ben met de afronding van mijn theoretische deel. Na een boeiend, leerzaam en inspirerend jaar van lezen, zoeken, denken, interviewen en uiteraard schrijven.

Nu sta ik aan het begin van een hele nieuwe fase in mijn onderzoek: de analyse van de video opnames. Ik heb inmiddels al een heel aantal opnames kunnen laten transcriberen (letterlijk uitschrijven van de video’s) en verdiep me in het gebruik van Atlas.ti, een software programma dat speciaal bedoeld is voor dergelijke kwalitatieve analyses. Dit deel vormt eigenlijk het hart van mijn onderzoek. Ik ben dan ook erg benieuwd wat ik ga tegenkomen als ik op zoek ga naar de manier waarop contextueel therapeuten de contextuele theorie vertalen naar, en toepassen in de therapiepraktijk.

Tenslotte: Geregistreerde contextueel therapeuten mogen nog steeds video opnames van therapiegesprekken insturen. Ik kan ze nog goed gebruiken, al heb ik inmiddels ook een aardig aantal in mijn bezit. Wil je daar meer over weten? Mail of bel!  

 
Oktober 2015: Nieuwe opnames gezocht 
 

Was de diepteboring naar de contextuele theorie een inspirerende en boeiende bezigheid, het analyseren van therapiegesprekken van collega-therapeuten is minstens zo interessant en leerzaam. Ik ben erg blij met al het materiaal dat ik heb gekregen en het vertrouwen dat daarmee gegeven is. Inmiddels heb ik een eerste analyse van 15 opnames kunnen maken. Dat was allereerst bedoeld om zelf  wat thuis te raken in het analyseren van dergelijke video's. Ik heb in de loop van die analyses een beeld gekregen van de manier waarop ik uiteindelijk de analyse het beste kan aanpakken en welke elementen voor mij het meest interessant zijn om me op te richten. Maar uiteraard geeft zo'n eerste analyse ook al een eerste indruk, al is het nog veel te vroeg om al over conclusies te spreken. Wat bijvoorbeeld al heel snel duidelijk werd in de opnames, is dat contextueel therapeuten heel verschillende werkwijzen hebben. Logisch, want veel contextueel therapeuten hebben naast hun contextuele opleiding ook vaak nog een andere opleiding en andere werkervaring opgedaan. Dat kleurt hun werken.

Deze eerste bevindingen maakten me duidelijk geworden dat het onderzoek er sterker op wordt als ik nog meer opnames van andere contextueel therapeuten heb. Juist de diversiteit van therapeuten kan een goed beeld geven van de wijze waarop wij de contextuele theorie in de praktijk brengen. Ik heb daarom inmiddels naar alle collega contextueel therapeuten -behalve degenen die al eerder een opname hadden aangeleverd- een mail gestuurd met het verzoek een video-opname (of als dat niet lukt eventueel een audio-opname) te maken van een therapiegesprek. Het zou vooral ook mooi zijn als ik wat meer gesprekken zou ontvangen waar meerdere cliënten bij aanwezig zijn. Ben je geregistreerd contextueel therapeut en wil je daar aan meewerken, dan zou ik dat zeer op prijs stellen en hoor ik graag van je. Ik hoop nog een aantal opnames te krijgen! 

Ondertussen ben ik nu me nu eerst weer verder aan het verdiepen in de onderzoeksmethodologie die passend is voor mijn onderzoek. juist na zo'n eerste analyseronde komen er weer nieuwe vragen en knelpunten boven drijven, en hoop ik dat de literatuur over kwalitatief onderzoek me verder kan helpen.

 
Maart 2016: De praktijk van Nagy
 

Inmiddels heb ik de data voor mijn onderzoek  compleet. Mij zijn nog enkele banden toegezegd en daarmee heb ik ruim voldoende voor mijn onderzoek. Mooi om te merken hoeveel bereidheid er is om mee te werken aan dit onderzoek!

Verder heb ik een interessant element aan mijn onderzoek toegevoegd, namelijk een analyse van de praktijk van Nagy. Tijdens de analyse van de praktijken van de Nederlandse contextueel therapeuten kreeg ik meer en meer behoefte om ook te kunnen zien hoe Nagy zelf werkte. Dus ben ik op zoek gegaan naar materiaal dat ik voor de analyse van zijn praktijk kon gebruiken. En ik heb inmiddels tien gesprekken van Nagy zelf kunnen analyseren. Zeer boeiend en inzichtgevend. Onlangs ben ik begonnen met het schrijven van een artikel daarover, omdat ik denk dat de analyse van de praktijk van Nagy mooi en bruikbaar materiaal oplevert.

Ook zijn twee studenten begonnen met een onderzoek naar de grootte van de cliëntsystemen waarmee Nederlandse contextueel therapeuten en contextueel hulpverleners werken. Ik heb het vermoeden namelijk, dat we vaak met één persoon werken, en dat we minder vaak partners, ouders en kinderen tegelijk in de spreekkamer hebben. Veel van jullie zullen inmiddels de digitale vragenlijst hebben ontvangen en mogelijk ook al teruggestuurd. Ik ben benieuwd naar de uitkomsten. Ik hoop die te kunnen gebruiken voor de artikelen die ik ga schrijven over de bevindingen naar aanleiding van de analyse van de praktijk van de Nederlandse contextueel therapeuten.

En voor wie geïnteresseerd is in mijn planning: ik hoop in de loop van 2018 mijn promotie-onderzoek af te ronden.

 
Sept 2016: Van Nagy naar de Nederlandse contextueel therapeuten
 t

In het afgelopen half jaar heb ik naar aanleiding van mijn analyse van de praktijk van Nagy twee artikelen geschreven, te weten: ‘The Practice of Contextual Therapy: An Analysis of the Interventions of Ivan Boszormenyi-Nagy’ en ‘The Guiding Focus on Relational Ethics: Contextual therapy practice by Ivan Boszormenyi-Nagy’. Die analyse heeft namelijk zoveel opgeleverd dat ik dat niet in één artikel kon houden. Ik heb in het eerste artikel beschreven hoe Nagy gebruik maakt van een aantal algemene therapie-elementen en die inweeft in zijn contextuele therapie. In het tweede artikel beschrijf ik vervolgens welke specifieke contextuele interventies hij in de verschillende sessies gebruikt, welke volgordelijkheid daarin te bespeuren is en ook hóe hij die interventies uitvoert. Wat mij betreft was dat een boeiende en leerzame ontdekkingstocht!

Uit de titels kun je aflezen dat ik besloten heb in het Engels te publiceren. Dat zal waarschijnlijk de reikwijdte vergroten, maar ik heb dat ook gedaan omdat artikelen voor een promotieonderzoek in zogenaamde peer-reviewed journals moeten worden gepubliceerd. Dergelijke tijdschriften op het gebied van de relatie- en gezinstherapie zijn er in het Nederlands taalgebied nagenoeg niet. Overigens zijn de twee genoemde artikelen nog niet beschikbaar. Ik heb de eerste ingediend en de tweede zal ik binnenkort indienen. Aangezien het proces van reviewen door peers en het vervolgens weer bijwerken door mij etc. nogal wat tijd in beslag kan nemen, kan het zo maar een jaar kan duren voor het geplaatst wordt. Maar ik laat het weten als het zo ver is!

Inmiddels ben ik verder gegaan met de analyse van de sessies met Nederlandse contextueel therapeuten. Ook die analyse zal, naar ik hoop, resulteren in één of mogelijk ook twee artikelen. Ik verwacht die voor de zomer 17-18 af te hebben.  
 
Mrt 2017: De wereld van peer reviewed artikelen
 

Het zal mogelijk nog een week of drie duren voordat ik het artikel over mijn analyse van de Nederlandse contextueel therapeuten klaar heb. Dat was best een klus. Ik was benieuwd of er karakteristieke, overeenkomende patronen in de praktijk van werken van de veertien betrokken therapeuten waren te herkennen. Dat bleek een slag ingewikkelder dan de werkwijze van een enkele therapeut te beschrijven, zoals ik bij Nagy gedaan heb. Toch ben ik behoorlijk tevreden over de bevindingen. Maar hoe nieuwsgierig jullie ook zijn, het wachten is toch op de acceptatie van een uitgever. Ik hoop rond mei het artikel onder de (waarschijnlijke) naam: 'Enhancing relationships by focusing on relational ethics; An exploratory research on the practice of Dutch contextual therapists' naar een journal toe te sturen.

Voor wat betreft mijn eerste artikel wacht ik nog steeds op een reactie van het betreffende journal waar ik het naar toe heb gestuurd. Het tweede artikel heb ik in december jl. naar 'Journal for Marital and Family Therapy' gestuurd, inmiddels onder een andere naam: 'Applying the Paradigm of Relational Ethics into Contextual therapy. Analyzing the practice of Ivan Boszormenyi-Nagy'. De hoofdredacteur heeft laten weten het graag te willen plaatsen! Maar ik moet wel eerst de reacties van de drie peers (collega therapeuten) verwerken. Dat gaat nog wel even een klus worden, maar ik ben een stap dichter bij de acceptatie van mijn eerste artikel!

Wat de planning betreft: Na mijn derde artikel ga ik nog een vierde artikel schrijven over de relevantie van het contextuele denken voor het social work. Ik hoop dat ik dat eind 2017 klaar heb. In 2018 wil ik dan mijn dissertatie af maken en eind 2018 indienen bij de zogenaamde leescommissie. Als alles naar wens verloopt en de leescommissie ook tevreden is, zal ik dan in de eerste helft van 2019 promoveren. Maar tot die tijd ben ik nog wel even van de straat!